Direct naar de inhoud

Laatst gepubliceerd op 31 artikelen 4 rubrieken

Yesc

Kennis over energietransitie, opleiding en werk voor wie de overstap naar duurzaamheid wil maken.

Duurzame innovatie

Met de Windkaart Nederland kies je de juiste windgegevens

Zoek je de Windkaart Nederland voor een plek of project? Kies eerst of je de wind van nu, het gemiddelde windklimaat of een inschatting van de stroomopbrengst wilt bekijken.

Door Sanne de Vries · · 5 min leestijd

Staande windmolen met drie rotorbladen in groene polder onder bewolkte hemel

Een windkaart kan verschillende vragen beantwoorden. Wil je weten hoe hard het vandaag waait, welke locaties gemiddeld meer wind hebben, of hoeveel elektriciteit een turbine kan produceren? Die uitkomsten zijn niet onderling uitwisselbaar. De hoogte waarop gemeten of gerekend wordt, de meetperiode en de plaatselijke omgeving maken verschil.

Met de juiste kaart kun je een eerste vergelijking maken, maar niet elk beeld is geschikt om een investering of projectbesluit op te baseren. Hieronder lees je welke gegevens bij elk doel passen, hoe je locaties vergelijkt en wat je controleert voordat je een conclusie trekt.

Welke windinformatie zoek je precies?

De term Windkaart Nederland verwijst niet naar één universele kaart. Er zijn kaarten voor de actuele weersituatie, kaarten met langjarige gemiddelden en kaarten die helpen om windenergieprojecten te beoordelen. Begin daarom met je doel.

Een actuele windkaart geeft een beeld van de wind op dit moment of in een korte meetperiode. Dat is nuttig voor een weersituatie, maar zegt weinig over wat een locatie gemiddeld in een jaar of over meerdere jaren aan wind krijgt. Een langjarig windklimaat beschrijft juist patronen over een vaste klimaatperiode. Het is bruikbaar om gebieden met elkaar te vergelijken, maar voorspelt niet hoe hard het morgen waait.

Een windenergieopbrengst is weer iets anders: dat is de elektriciteit die een specifieke turbine naar verwachting kan produceren op een specifieke plek. Daarvoor zijn naast windsnelheid ook het ontwerp en vermogen van de turbine en de lokale omstandigheden van belang. Een kaart met gemiddelde windsnelheden is dus geen opbrengstkaart.

Wat laten actuele windmetingen zien?

Voor de wind van nu kun je de waarnemingen van KNMI-weerstations raadplegen. Het KNMI meldt dat de actuele waarnemingen van stations elke 10 minuten worden bijgewerkt. Dit zijn metingen op de stations, geen continue meting op iedere locatie in Nederland. De KNMI-waarnemingen tonen onder meer windsnelheid, richting en windstoten.

Let op de tijdschaal van de waarde. KNMI beschrijft de gemiddelde windsnelheid als een gemiddelde over 10 minuten; een windstoot is een afzonderlijke hogere snelheid en betekent niet dat de wind die hele periode zo hard waaide. Ook meetopstelling en omgeving tellen mee. Het KNMI geeft aan dat wind meestal met een mast op 10 meter hoogte wordt gemeten, maar dat dit niet op elke meetlocatie kan. Gebouwen of bomen kunnen de meting beïnvloeden.

Een station in de buurt is daarom een aanwijzing, geen exacte beschrijving van jouw erf, dak of bouwlocatie. Vergelijk zo nodig meer dan één station en noteer het tijdstip, de meethoogte en of je naar gemiddelde wind of windstoten kijkt.

Hoe lees je het langjarige windklimaat?

Wil je weten welke gebieden structureel winderiger zijn, kijk dan naar een klimaatkaart en controleer welke periode de kaart gebruikt. De KNMI-Klimaatviewer presenteert langjarige gemiddelden voor 1991-2020 als meest recente klimaatnormalen. Een klimaatnormaal is een gemiddelde over een vaste periode; het is niet de verwachting voor één specifieke dag of één afzonderlijk jaar.

Ook de hoogte maakt uit. De KNMI-Klimaatviewer biedt gemiddelde windsnelheid op verschillende hoogten, waaronder 100 meter. Een kaart op die hoogte kan voor windenergie relevanter zijn dan een meting dicht bij het maaiveld, maar vormt op zichzelf nog geen opbrengstberekening. Vergelijk alleen kaarten die dezelfde hoogte, periode en grootheid tonen.

Kaarten kunnen daarnaast een bewerking van waarnemingen tonen in plaats van één rechtstreeks gemeten waarde per locatie. In de uitleg over potentiële wind beschrijft het KNMI hoe correctie voor plaatselijke invloeden helpt om metingen onderling beter vergelijkbaar te maken. De methode corrigeert volgens het KNMI niet voor regionale effecten. Dat onderscheid is belangrijk: een kaart is een modelmatige weergave van een gebied en niet hetzelfde als een windmeter op je exacte projectlocatie.

Wanneer zegt een windkaart iets over energieopbrengst?

Voor een eerste vergelijking kun je windkaarten gebruiken om te zien of gebieden relatief gunstig lijken. De stap van gemiddelde windsnelheid naar kilowattuur per jaar is echter niet rechttoe rechtaan. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) noemt voor de opbrengst onder andere windsnelheid, masthoogte, lengte van de rotorbladen en het vermogen van de turbine. Een andere turbine of hoogte kan dus een andere uitkomst geven op dezelfde plek.

RVO maakt bovendien onderscheid tussen de gemeentelijke Windkaart en de Windviewer voor SDE++ en SCE. De gemeentelijke kaart toont gemiddelde windsnelheid per gemeente; de viewer geeft gemiddelde windsnelheid per locatie en hoogte tussen 20 en 260 meter weer. Voor een concrete opbrengstberekening bij een project noemt RVO lokale windgegevens over een aaneengesloten periode van minimaal 10 jaar. De voorwaarden kunnen afhangen van het type project en de regeling. Raadpleeg daarom de actuele project- en subsidie-informatie bij RVO en neem een gemeentelijk gemiddelde niet over alsof het een locatieberekening is.

Een windkaart helpt zo om mogelijkheden te verkennen, maar niet om zonder meer een turbine te dimensioneren, opbrengst vast te leggen of een vergunning te beoordelen. Daarvoor moeten ook lokale omstandigheden en de toepasselijke regels worden meegenomen.

Hoe vergelijk je windkaarten en locaties?

Vergelijk eerst de legenda en de eenheid. Windsnelheid kan bijvoorbeeld in meter per seconde worden weergegeven; controleer ook of de kaart gemiddelde wind, een windstoot of een andere maat toont. Een kleurverschil is pas betekenisvol als je weet welk bereik erachter zit.

Controleer daarna vier zaken: de meet- of modelhoogte, de periode, de ruimtelijke schaal en het doel van de kaart. Een kaart per gemeente verbergt lokale verschillen. Een kaart voor een vaste klimaatperiode is niet actueel weer. Een kaart op 100 meter kan niet worden vergeleken met een actuele stationsmeting op 10 meter alsof het dezelfde grootheid is.

Als je windenergie als duurzame innovatie onderzoekt, helpt het om de windkaart te combineren met andere vragen over de techniek en toepassing. De rubriek duurzame innovaties in energie en bedrijven plaatst zulke keuzes in de bredere energietransitie. Ook bij toepassingen van waterstof in de Nederlandse energievoorziening is het nuttig om onderscheid te maken tussen beschikbare wind, opgewekte elektriciteit en de vervolgstap waarin energie wordt omgezet of opgeslagen.

Hoe ga je stap voor stap te werk?

  1. Bepaal of je actuele wind, een langjarig gemiddelde of een energieopbrengst wilt weten.
  2. Kies de kaart of dataset die bij dat doel hoort en noteer bron, periode en hoogte.
  3. Vergelijk locaties alleen als dezelfde eenheden en definities zijn gebruikt.
  4. Gebruik actuele stationsmetingen als controle van de weersituatie, niet als vervanging voor een klimaatgemiddelde.
  5. Vraag voor een concreet windenergieproject om een locatiegerichte berekening met passende windgegevens en turbinekenmerken.

Met deze volgorde voorkom je dat een windstoot wordt aangezien voor een gemiddelde, of dat een gunstig gemeentelijk gemiddelde wordt gelezen als een gegarandeerde opbrengst.

Wat controleer je voordat je een conclusie trekt?

Controleer of de kaart nog bij je vraag past en of de bron de methode uitlegt. Bekijk de datum of klimaatperiode, de meet- of rekenhoogte en de schaal van de kaart. Kijk of het resultaat een waarneming, een gemiddelde of een modeluitkomst is. Bij energieopbrengst moet duidelijk zijn welke turbine en locatie in de berekening zijn meegenomen.

Houd ook rekening met onzekerheid. Een algemene kaart kan verschillen tussen buurten, bebouwing en terreinvormen niet altijd vangen. Voor een eerste oriëntatie is dat vaak voldoende; voor ontwerp, financiering of een formele aanvraag zijn de juiste lokale gegevens en de actuele voorwaarden doorslaggevend. De kaart helpt je dus vooral de juiste vervolgvraag te stellen: welke wind is gemeten, waar, op welke hoogte en over welke periode?

Veelgestelde vragen

Welke Windkaart Nederland is geschikt voor actuele wind?

Gebruik actuele waarnemingen van KNMI-weerstations als je wilt weten hoe het nu waait. Die gegevens zijn metingen op specifieke stations en worden regelmatig vernieuwd. Ze beschrijven niet automatisch de wind op jouw adres: gebouwen, bomen en de afstand tot het meetpunt kunnen de lokale omstandigheden anders maken.

Is een langjarig gemiddelde hetzelfde als de wind van vandaag?

Nee. Een langjarig gemiddelde beschrijft een klimaatperiode en dempt de invloed van afzonderlijke dagen en seizoenen. Een actuele kaart of stationswaarneming laat juist een moment of korte periode zien. Gebruik de actuele meting voor de situatie nu en het klimaatgemiddelde om gebieden over langere tijd te vergelijken.

Kan ik met gemiddelde windsnelheid de opbrengst van een windturbine bepalen?

Niet nauwkeurig genoeg. Opbrengst hangt ook af van onder meer de hoogte, rotordiameter, het turbinevermogen en de lokale windomstandigheden. Een gemiddelde kaart is daarom een eerste selectiehulp, geen opbrengstberekening. Voor een concreet project zijn lokale gegevens en een passende berekening nodig.

Waarom verschilt de windkaart op 10 meter van die op grotere hoogte?

Windsnelheid kan met de hoogte veranderen, terwijl gebouwen, bomen en terrein de wind dicht bij de grond afremmen of verstoren. Een meting op 10 meter is dus niet zonder meer gelijk aan de wind op turbinehoogte. Controleer altijd op welke hoogte de kaart geldt en of die aansluit op je vraag.

In de rubriek Duurzame innovatie